Recensie

De Partij van de Animositeit houdt van de mensheid, niet van mensen

23-04-2014 13:59

DDe Partij van de Arbeid is een bijzondere partij. De partij kampt al jaren met een crisis. De PvdA moest dikwijls zware electorale klappen incasseren maar kwam telkens weer terug. Hoe komt het dat de PvdA constant in een crisis lijkt te verkeren? En waarom werd en wordt er in PvdA zo veel geruzied? Thijs Niemantsverdriet, parlementair verslaggever bij NRC Handelsblad, schreef over de recente PvdA-geschiedenis een boek waarin hij op deze vragen ingaat.

De vechtpartij is natuurlijk niet het eerste boek dat over de PvdA is verschenen. Over de PvdA zijn boekenkasten vol geschreven. In mijn eigen boekenkast staan Een partij in de tijd. Veertig jaar Partij van de Arbeid 1946-1986 van Anet Bleich, haar biografie over Joop den Uyl en Arie van der Zwans pamflet Van Drees tot Bos. Zestig jaar succes en mislukking. Geschiedenis van de PvdA. Niemantsverdriet laat zijn verhaal in 1986 beginnen, het jaar dat Joop den Uyl het leiderschap van de partij overdraagt op Wim Kok. De vechtpartij sluit wat chronologie betreft dus perfect aan op beide boeken van Bleich. Er is enige overlap met het verhaal van Van der Zwan, die behandelt daarin een veel langere periode en eindigt in 2008, maar Van Drees tot Bos is een zeer subjectief getoonzet verhaal van een ontevreden partijlid dat de PvdA van koers wil doen laten veranderen. Niemantsverdriet is wat dat betreft een stuk objectiever. Je bespeurt bij hem wel enige sympathie voor de PvdA, maar dat neemt niet weg dat hij van een afstandje de boel rustig kan analyseren en patronen ontwaart die belangrijk zijn om grip te krijgen op een kleine dertig jaar PvdA-geschiedenis.

Spectaculair

Het grote nadeel van De vechtpartij is dat dit boek voornamelijk gebaseerd is op materiaal dat we al kennen: boeken over de PvdA en PvdA-bewindslieden, PvdA-rapporten, de PvdA-jaaroverzichten op de website van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen en vooral heel veel artikelen en interviews uit kranten en opiniebladen. Voor zijn onderzoek heeft Niemantsverdriet maar één archief geraadpleegd, het persoonlijk archief van Arend Hilhorst die tijdens het eerste paarse kabinet de persoonlijk assistent van Kok was. Omdat Niemantsverdriet een journalistiek boek heeft geschreven en geen monografie is het natuurlijk logisch dat hij de bestuursnotulen, partijprogramma’s en dergelijke niet heeft doorgenomen. Zo’n onderzoek vergt heel veel tijd en Niemantsverdriet wilde gewoon een leuk toegankelijk boek schrijven. Dat is hem trouwens gelukt: het is een mooi verhaal geworden dat leest als een trein. En af en toe staan er ook dingen in die je nog niet weet.

Maar spectaculaire onthullingen tref je niet in het boek aan. En omdat het boek vanwege de journalistieke opzet aan de oppervlakte blijft mis je als lezer soms ook wat duiding: dat het PvdA-electoraat tegenwoordig veel minder trouw is dan vroeger heeft toch ook alles te maken met de ontzuiling en de voortgaande individualisering? Is het niet zo dat VVD en D66 wat dat betreft veel beter bij deze tijd passen? En hoe zit het eigenlijk met erfenis van Nieuw Links? Is de PvdA geen vechtpartij vanwege de oververtegenwoordiging van hoogopgeleide Babyboomers die in de roerige jaren zestig en zeventig lid werden van de partij? Hoe groot is hun stempel op de partijcultuur? En hoe zit het precies met het PvdA-electoraat? Is de achterban de afgelopen 25 jaar qua leeftijdsopbouw, opleidingsniveau en inkomen (erg) veranderd? Het zijn interessante vragen die in een wetenschappelijk opgezette studie aan de orde zouden moeten komen.

Technocraat

De Vechtpartij houdt het verhaal over de PvdA simpel. Centraal in het boek staan de PvdA-leiders na Den Uyl: Wim Kok, Ad Melkert, Wouter Bos, Job Cohen en Diederik Samsom. Van deze vijf zou je alleen Wim Kok een geslaagde politicus kunnen noemen: hij wist de partij door de roerige WAO-crisis te loodsen en onder zijn leiding werd de PvdA bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1994 en 1998 de grootste. Natuurlijk was Kok niet volmaakt maar zijn rustige, nogal vaderlijke manier van leiderschap wekte gezag en vertrouwen. Degenen die na Kok kwamen raakten hun gezag binnen een korte of iets langere periode kwijt.

Ad Melkert was echte technocraat. Hij was zeer bedreven in politieke spelletjes maar kon zijn boodschap maar niet overbrengen bij de kiezer. Melkert was niet warm maar zuur. Toen hij op televisie werd blootgesteld aan de populistische professor Pim Fortuyn was de deconfiture compleet. De afgang van Melkert was natuurlijk ook te danken aan bijzondere omstandigheden – de grote angst voor de fundamentalistische islam en de stormachtige opkomt van Pim Fortuyn – maar zijn regenteske houding maakte alles alleen maar erger.

Fiasco

De PvdA halveerde in 2002 maar vond zich daarna opnieuw uit. Wouter Bos, die de indruk wekte wel te willen luisteren naar de wil van het volk, zorgde voor de spectaculairste opwekking uit de dood sinds Lazarus en maakte de nederlaag van 2002 in 2003 weer ongedaan. Tussen 2003 en begin 2006 was Bos de populairste politicus van het land en iedereen dacht hij na de volgende verkiezingen premier zou worden. Bos liet de overwinning echter door zijn vingers glippen.

De verkiezingen van 2006 waren een groot fiasco voor de PvdA. Bos wilde morrelen aan de AOW, een deel van de PvdA-achterban vond dat niet fijn en dit was voor het CDA een uitgelezen kans om een keiharde campagne te voeren. ‘Met Bos met je de klos’ was het (overigens op de klank af niet helemaal perfecte) rijmpje dat de christendemocraten hadden bedacht om de PvdA-leider als onbetrouwbaar weg te zetten. De PvdA had 42 zetels in de Tweede Kamer en stond begin 2006 in de peilingen op 60 zetels. Dankzij de harde CDA-campagne en de zigzagkoers van Bos werden het er op 22 november 2006 slechts 33. Deze nederlaag was volgens Niemantsverdriet erger dan die van 2002. Niet alleen had de PvdA deze keer de nederlaag helemaal aan zichzelf te danken maar ook was de SP met 25 zetels definitief doorgebroken. De PvdA liep het risico straks niet meer de grootste partij te zijn op links.

Opgebrand

De PvdA stapte met het CDA en de ChristenUnie in een kabinet. Dit kabinet was niet bepaald een succes. In 2008 was Bos even helemaal in zijn element toen de economische crisis uitbrak en hij de banken moest redden, maar verder was hij doodongelukkig en verliep de samenwerking met de christendemocraten uiterst moeizaam. Toen het kabinet-Balkenende IV begin 2010 viel kondigde Bos dan ook aan uit de politiek te stappen. Hij was helemaal opgebrand.

Bos werd opgevolgd door Job Cohen, de bedeesde burgervader van Amsterdam. Hij zou de PvdA straks een klinkende verkiezingsoverwinning gaan bezorgen, zo was de overtuiging van de partijtop. Het liep toch een beetje anders. Cohen, en dat laat Niemantsverdriet heel goed zien, was totaal niet geschikt voor de hijgerige Haagse politiek. Hij kende zijn dossiers niet goed, kon niet debatteren en gaf geen leiding aan de partij. De virtuele winst van de partij in de peilingen verdampte en op 9 juni 2010 haalde de PvdA 30 zetels, drie minder nog dan in 2006. De VVD was de grootste geworden. Cohen verloor daarna ook de formatie zodat de gedoodverfde premier noodgedwongen een rol moest spelen die hij niet wilde: die van oppositieleider. Job Cohen bleef stuntelen maar niemand durfde tegen hem te zeggen dat hij de Messias niet was. Ze bleven, tegen beter weten in, in JC geloven of veinsden dat. Pas na anderhalf jaar, na enkele vervelende confrontaties in de Tweede Kamer en met zijn eigen fractiegenoten, besloot Cohen het bijltje erbij neer te leggen.

‘Het eerlijke verhaal’

De laatste PvdA-leider die Niemantsverdriet bespreekt is Diederik Samsom. De hyperintelligente en hyperactieve Samsom, die voor zijn arbeid voor de partij campagneleider was bij Greenpeace, wist de PvdA weer elan te geven. Dit leidde in 2012 tot een grote verkiezingszege. De PvdA kwam op 38 zetels uit. Dat waren er acht meer dan in 2010, maar misschien wel twintig meer dan de PvdA begin 2012 in de peilingen had. De PvdA won omdat Samsom zijn dossiers wel goed kende, hij met ‘het eerlijke verhaal’ kwam en een betere debater was dan VVD-leider Mark Rutte en SP-leider Emile Roemer. De SP, die volgens de peilingen van begin 2012 de grootste partij van Nederland leek te worden, won helemaal niks en bleef haar 15 zetels houden. De PvdA was weer de onbetwiste leider op links.

Irritaties

De deconfiture kwam echter snel. Hoewel Samsom vriend en vijand verraste met een snelle formatie lukte het hem niet om het beleid van het VVD-PvdA-kabinet uit te leggen. In plaats van compromissen te sluiten hadden VVD en PvdA dingen uitgeruild. De PvdA-achterban was hoogst verontwaardigd dat het kabinet besloten had om illegaliteit strafbaar te stellen, een stokpaardje van de VVD. De Iraanse Nederlander Sander Terphuis werd de stem van de boze PvdA-achterban. Zijn petitie kreeg de handtekeningen van veel PvdA-prominenten, waaronder Cohen, Jan Pronk en Jeltje van Nieuwenhoven. Samsom wilde het kabinetsbesluit aan de achterban uitleggen, maar door het er steeds maar over te hebben maakte hij het erger en erger.

Als leider zorgde Samsom bovendien voor veel irritaties bij zijn collega-Kamerleden. Toen Samsom nog gewoon Kamerlid was stelde hij zich vaak eigenzinnig en onafhankelijk op, maar zo’n opstelling accepteerde hij niet van zijn collegae toen hij zelf fractievoorzitter was geworden. De neuzen moesten dezelfde kant op. Dit was voor het jonge veelbelovende Kamerlid Myrthe Hilkens begin 2013 een reden om op te stappen. Hoewel Hilkens tegen de PvdA-traditie in niet (in een interview in Vrij Nederland of in een stuk in de Volkskrant) met modder begon te gooien naar haar baas, wist iedereen toen dat het leiderschap van Samsom een flinke deuk had opgelopen. De glans was er bij Samsom definitief af.

Vanwege al het geruzie en gekonkel noemt Niemantsverdriet de PvdA de vechtpartij. Natuurlijk wordt er ook in andere partijen geruzied, maar bij de PvdA lijken deze ruzies extra hard. En wat belangrijker is: ze zijn (bijna) altijd openbaar. Geen enkele partij heeft zoveel kritische rapporten over zichzelf geschreven als de PvdA. En boze PvdA’ers vallen elkaar (bijna) altijd af via de media. Het zelfkritische vermogen van de PvdA heeft als voordeel dat de partij ambitieuze idealisten aantrekt die geen blad voor hun mond nemen en soms ook heel inspirerend kunnen zijn: denk aan Felix Rottenberg, Ahmed Marcouch en Myrthe Hilkens, en aan Wouter Bos, Diederik Samsom en Frans Timmermans in hun jongere jaren. Het nadeel is dat deze mannen en vrouwen met ambitie elkaar vaak in de weg lopen en via machiavellistische spelletjes politiek uit de weg willen ruimen. De Partij van Animositeit houdt van de mensheid, niet van mensen.

N.a.v. Thijs Niemantsverdriet, De vechtpartij. Euforie en chagrijn binnen een van de grootste politieke partijen van Nederland (Amsterdam, Atlas Contact 2014). ISBN 9789020412109. 288 pagina’s. €19,99.