Opinie

Kunstcensuur in Nederland: de noodzaak van artistieke vrijheid

05-02-2015 14:16

Artistieke vrijheid is, zoals alle vrijheden, geen vaststaand begrip. De artistieke vrijheid staat permanent onder druk en moet continu bevochten en verdedigd worden tegen bloeddorstige armen van geest maar ook tegen wolven die in schaapskleren kunst censureren. 

Op 9 januari meldde de Volkskrant dat werk van Dirk Hardy geweerd is door de gemeente Binnenmaas. Het fotografisch zesluik bevat afbeeldingen van Hitler en Christus en zou bezoekers van het gemeentehuis wel eens kunnen afschrikken, aldus de gemeente die de kunstenaar nota bene op eigen initiatief uitnodigde. Tegen Stalin, die ook afgebeeld is, had men daarentegen geen enkel bezwaar.

Als kwetsend ervaren

Het zesluik Clay van Dirk Hardy stamt uit 2014 en staat al enige tijd pontificaal op zijn website. De verantwoordelijke  ambtenaar moest het werk van Hardy wel kennen toen hij de kunstenaar uitnodigde. In een bizarre statement in het Algemeen Dagblad stelt de gemeente: “Mensen die binnenkomen, komen niet voor een tentoonstelling maar bijvoorbeeld voor het aanvragen van een paspoort. Zij worden ongevraagd geconfronteerd met een kunstwerk dat zij als kwetsend kunnen ervaren.”
Volslagen onzin natuurlijk want het is de gemeente zelf die de expositie in het gemeentehuis organiseert.

 

 

De Bikinibar van Atelier Van Lieshout, een vrouwenromp zonder hoofd en ledematen, werd in 2014 verplaatst omdat machinisten er aanstoot aan namen (het kunstwerk stond aan een spoor bij Lisse). De overeenkomst tussen Atelier Van Lieshout en de Stichting Kasteel De Keukenhof kon door de laatste kennelijk eenzijdig worden verbroken, waarbij de kunstenaars het nakijken hadden. Volgens Harm Verhagen, bedrijfsleider van Atelier Van Lieshout, nodigde hij de klagende machinisten nog uit om de Bikinibar te bekijken en om ze de bedoeling van het werk uit te leggen. “We kregen te horen dat zij ons wel een rondleiding door het mortuarium zouden geven”.

Muurschildering

In 2011 maakte graffiti-kunstenaar Onno van Leeuwen in opdracht van de gemeente Schiedam een muurschildering onder een viaduct in de stad. Anno 2014 werd het werk verwijderd, zonder de kunstenaar hierover te informeren. Volgens de gemeente Schiedam zou de muurschildering uitnodigen tot meer graffiti en werd de muur herkalkt. Van Leeuwen: “Dat is de meest belachelijke uitspraak die ik in tijden heb gehoord. De enige graffiti waar andere niet op krabbelen, is juist een muurschildering van iemand uit de graffiti-scene die zwaar respect heeft op straat.”

Zelfs Nederlandse universiteiten, die een vrijplaats  moeten zijn van zelfontplooiing, maken zich schuldig aan het inperken van artistieke vrijheid. In 2013 verwijderde de Erasmus Universiteit te Rotterdam twee naaktportretten van Manuel Kneepkens uit de Faculty Club. De Radboud Universiteit in Nijmegen deed dat jaar hetzelfde met een werk van Elmer de Gruijl.

De burger mogelijkheden ontnomen

En zo zijn er tal van voorbeelden van censuur op kunst in ons ‘moderne’ Nederland. Zoals Hardy aan het Algemeen Dagblad terecht opmerkt, bepalen instanties als de gemeente Binnenmaas blijkbaar welke kunst zij geschikt achten voor bezoekers. Zo ontnemen zij de burger de mogelijkheid zelf een mening te vormen.

 

‘Zij die kunst verwijderen en het kunstaanbod verarmen, zijn de ware vijanden van artistieke vrijheid in Nederland’

 

De Stichting Kasteel De Keukenhof bepaalt op haar beurt dat de stem van een stel kleinzerige machinisten belangrijker is dan die van degenen die het werk wel waarderen, niet in de laatste plaats van de beeldend kunstenaars die het werk hebben gemaakt. Het getuigt bovenal van gebrek aan respect voor kunst en kunstenaars, maar ook van een zeer lage dunk van het publiek en hun vermogen te incasseren.

Vijanden van artistieke vrijheid

Als gemeentebesturen, universiteiten, kasteelstichtingen en NS-personeel gaan bepalen welke kunst er in Nederland wordt tentoongesteld, is er sprake van censuur in een mate die serieus te nemen is. Vooral die machtswellustelingen moeten de autonome beeldend kunstenaars vrezen. Zij die kunst verwijderen en het kunstaanbod verarmen, zijn de ware vijanden van artistieke vrijheid in Nederland.

Hoe is het mogelijk dat afspraken met kunstenaars zomaar met voeten getreden kunnen worden? Staat de kunstenaar machteloos? Als kunst verwijderd wordt zonder dit mee te delen aan de kunstenaar –  zoals in het geval van graffiti-kunstenaar Van Leeuwen – is dat meestal definitief. Verzet van kunstenaars tegen het censureren van hun werk blijft vaak achterwege. Waarom hebben de kunstenaars van Atelier Van Lieshout zich niet vastgeketend aan hun Bikinibar? Waarom heeft Hardy zijn werk niet gewoon opgehangen in het gemeentehuis van Binnenmaas en het zo stevig in de muur verankerd dat het met geen mogelijkheid van de wand gehaald kon worden? Belangrijker: waarom zijn deze kunstenaars niet naar de rechter gestapt?

Underground

Het klinkt zo logisch, maar afspraken die kunstenaars met instanties maken moeten zij altijd zwart op wit zetten. Dat is wrang maar in Nederland moet je als kunstenaar nu eenmaal rekening houden met de geldingsdrang van Sovjetsujetten. Bindende contracten zijn de belangrijkste wapens in rechtszaal. Door die contracten kan een werk geen millimeter verplaatst worden zonder goedkeuring van de maker en wordt de rechtspositie van de kunstenaar versterkt.

Voor de beeldend kunstenaar is het in deze vertruttende tijden erg lastig volwaardig gesprekspartner te zijn in maatschappelijke debatten. Door Jet Bussemaker en Halbe Zijlstra is het kunstenaarschap verworden tot een verdienmodel. Kritische, ongemakkelijke kunst verkoopt niet. Confronterende, voor armen van geest beledigende kunst krijgt zelden een platform. De  beeldend kunstenaar moet underground, naar een wereld onder de zichtbare, over-gepromote ‘kunstwereld’ waar overheid en culturele instanties de scepter zwaaien.

 

‘Kunstenaars die standvastig hun tegendraadse, ongemakkelijke werk maken en tonen. Zij prikkelen het publiek en verlagen zich niet tot clichés en simpel vermaak. In de toonzalen van de ingedutte, gerenommeerde en gesubsidieerde instituten zal men hun werk niet aantreffen’

 

In de underground-scene worden subsidies veracht, wordt men niet gedwongen deel te nemen aan de verwoestende commercialisering van cultuur en zijn beeldend kunstenaars nog werkelijk onafhankelijk. Daar kan dat het ‘heilige’ beschimpt en gehekeld wordt en hebben de Halbe Zijlstra’s van deze wereld geen invloed meer en zijn ze persona non grata.

Als Charlies vermomde Sovjetsujetten

In die artistieke onderwereld ligt de toekomst van de Nederlandse beeldende kunst. In de bovenwereld, de ‘kunstwereld’ waar de kunstenaar de speelbal is geworden van culturele instanties en ambtenarij, wordt het publiek alleen nog maar behaagd. De beeldende kunst moet het hebben van kunstenaars die standvastig hun tegendraadse, ongemakkelijke werk maken en tonen. Zij prikkelen het publiek en verlagen zich niet tot clichés en simpel vermaak. In de toonzalen van de ingedutte, gerenommeerde en gesubsidieerde instituten zal men hun werk niet aantreffen. Zij doemen op uit het niets om onaangenaam te verrassen.

Aandoenlijk, al die steunbetuigingen aan de slachtoffers van de aanslag op Charlie Hebdo, een massale steunbetuiging aan het recht op artistieke vrijheid en de noodzaak ervan. Vanaf de Dam weerklonk de roep dat ongemakkelijke kunst waardevol is en getoond moet kunnen worden. Toch is het wachten op het eerstvolgende krantenbericht waarin staat dat kunst verwijderd is omdat die kwetsend zou kunnen zijn voor tere zieltjes, of omdat iemand dat voor hen had ingevuld.

Stonden daar op de Dam ook de ambtenaren van de gemeente Binnenmaas en Schiedam, de voorzitter van Stichting Kasteel De Keukenhof, die verzuurde machinisten, de besturen van de Erasmus en van de Radboud Universiteit? Als zij er al stonden, stonden ze er als Sovjetsujetten vermomd als ‘Charlies’.